Skip to content
Fijnproever in schoenen
Ga terug

Interview met drie generaties Van den Assem

Zomaar een dinsdagavond in Restaurant Old Dutch in hartje Rotterdam. Aan tafel met drie generaties Van den Assem: nestor Cees van den Assem, zijn zoons Berry en Leo en kleinzoon Joep. Een avond vol terugblikken, anekdotes en mooie uitspraken over het familiebedrijf Van den Assem Schoenen. Met als rode draad de onvoorwaardelijke liefde voor het vak en voor elkaar.

Het verhaal van Van den Assem Schoenen begint met Lambertus van den Assem, die als negentienjarige jongen uit Kaatsheuvel naar Rotterdam komt. Samen met zijn broer opent hij in 1910 een schoenenwinkel in de Oostmolenstraat. ‘De broers konden prima met elkaar overweg, maar er was één groot verschil: mijn oom had meer interesse in het goedkopere segment, terwijl mijn vader zich juist op schoenen ‘in het betere genre’ wilde richten’, vertelt Cees van den Assem. ‘Uiteindelijk zijn zij daar allebei hun eigen weg in gegaan.’ 

Jaren later, in 1951, stuurde Cees’ vader hem naar schoenenfabrieken in het zuiden van het land. ‘Ik moest het vak maar eens leren’, vervolgt Cees. ‘Ik kreeg zegge en schrijve zestien gulden mee voor een hele week, maar daar kon ik best mee rondkomen. Op zaterdag sloot de fabriek om twaalf uur ’s middags en ging ik als de sodemieter op mijn fiets vanuit Dongen naar het station van Gilze-Rijen. Snel in de trein naar Rotterdam, naar de schoenenwinkel van mijn ouders. De rest van de dag werkte ik daar als verkoper. En ’s avonds een biertje!’ Cees bekwaamde zich steeds verder in het vak, dat hem paste als –jawel- een oude schoen. Zijn vader legde zich vooral toe op comfortschoenen: dames met voetproblemen wisten hun weg naar Van den Assem prima te vinden.

null

Rubberen zolen en Duitse merken

Cees: ‘De gemiddelde leeftijd van onze klantenkring lag ver boven de 45 jaar. Mijn vader had de capaciteit om als een röntgenstraal door een schoen te kijken. In één oogopslag zag hij hoe de schoen gemaakt was, of het materiaal van hoogwaardige kwaliteit was en of de voering er strak in zat. Feeling op het gebied van mode had hij niet. Toen de rubberen zool in zwang raakte, kwam die onder geen beding onze winkel in. Mijn vader had een hekel aan rubber. Waarom? Omdat het geen leder is! Ook moest hij niets hebben van Duitse merken. De schoenen in ons assortiment waren vooral van Brabantse makelij. Er is er heel wat water door de Maas gestroomd voordat ik toestemming kreeg om schoenen met rubberen zolen en Duitse merken als Hassia en Gabor in te kopen!’

De tweede generatie

Toen Cees midden twintig was, nam hij samen met zijn zus Leny en Broer Ton de zaak van hun ouders over, die inmiddels aan de Nieuwe Binnenweg gevestigd was. Cees: ‘Mijn ouders hadden de crisisjaren meegemaakt, een tijd waarin het echt krabben was om zelfstandig baasje te blijven. Ik ben dan ook opgevoed met het idee dat alles wat je in het leven wilde uit je eigen portemonnee moest komen. Lenen van de bank, dat was foute boel. Mijn vader kon het winkelpand aan de Nieuwe Binnenweg 201 kopen. Dat pandje kostte 28.500 gulden, een hoop geld voor die tijd.’ In de jaren vijftig van de vorige eeuw was het gebied Noordmolenstraat-Zwartjanstraat-Westkruiskade-Nieuwe Binnenweg hét koopcentrum van Rotterdam. Cees herinnert zich dat je daar op zaterdag over de hoofden kon lopen. ‘Wie goede spullen verkocht in dat winkelgebied, deed goede zaken. Alles veranderde met de opening van de Lijnbaan in 1953, waar zomaar een stuk of zeven schoenenzaken uit de grond verrezen: Bally, Cinderella, Hessels, Kogels. Met een assortiment dat zeer up to date was, sterk georiënteerd op Italië. In de etalages prijkten schitterende damesschoenen, opvallend en heel vrouwelijk met high heels. Daar kregen wij enorme concurrentie van. Iedereen wilde destijds met zijn zaak in de buurt van de Lijnbaan zitten, maar dat lukte ons niet.’ Het lot was Cees, Leny en Ton van den Assem gunstig gezind. Door een toevallige samenloop van omstandigheden konden zij eerst de Aert van Nesstraat 38 en later de Weissenbruchlaan 66 in Hillegersberg huren. ‘Zo hadden we drie vestigingen. De Nieuwe Binnenweg holde qua buurt achteruit. Het publiek liet ons ook steeds meer links liggen. Om die redenen hebben we deze vestiging uiteindelijk afgestoten.’  

null

Italië

Zoon Berry hielp als kind altijd al graag in de winkel. ‘Voor mij lag één grote schoenenwereld’, vertelt Berry. ‘Thuis spraken we bijna nergens anders over, we ademden schoenen: ik wilde niets anders. Net als mijn vader werd ik naar schoenenfabrieken in Moergestel en Waalwijk gestuurd om ervaring op te doen. Daar heb ik veel geleerd.’ Cees: ‘Omdat ik zag hoe belangrijk Italië was, liet ik Berry een half jaar naar Italië gaan om de taal te leren spreken. Op de beurs had ik al lang in de gaten dat als je deze leveranciers/vertegenwoordigers in hun eigen taal aansprak, ze gelijk een arm om je schouders sloegen. Daarom stuurde ik Berry een half jaar naar Italië. Met een hoofd vol ideeën kwam hij terug, ideeën die de aard van onze, toch wat degelijke collectie, ingrijpend veranderden. Ik zag in dat die verandering noodzakelijk was. Ook al heb ik moeite met sommige trends, zoals sneakers onder een goed pak.’

null

Cowboylaarzen

Leo: ‘Toen ik jong was, liep mijn buurjongen op cowboylaarzen. Helemaal verliefd was ik op die laarzen…maar ik kreeg ze niet van mijn vader. Daarom leende ik ze af en toe van mijn buurjongen. Om ze bij onze voordeur op last van mijn vader direct weer uit te trekken!’ In tegenstelling tot zijn oudere broer, bloeide bij Leo de liefde voor het vak wat later op. ‘Ik vond alles leuk en hield me niet zo bezig met wat ik later zou gaan doen. Van school maakte ik een puinhoop en toen ik ook nog werd afgekeurd voor militaire dienst, riep pa mij bij zich. Hij vond dat ik ook maar eens naar het buitenland moest. Daar ben ik vervolgens ruim twee jaar gebleven en werkte in Duitse en Italiaanse schoenenfabrieken. Toen begreep ik pas wat mijn opa, mijn vader en mijn broer zo mooi aan dit vak vinden. Eenmaal terug in Nederland kwam ik bij mijn grote broer in de zaak en wilde ik ook niks anders meer. Ik heb veel van Berry geleerd.’

De derde generatie

Toen Cees van den Assem het tijd vond om te stoppen, ging hij in gesprek met Berry over de overname. ‘Nadat de deal rond was, belde ik meteen mijn broer Leo. Ik had allerlei ideeën om andere zaken erbij te openen, te beginnen met een herenschoenenzaak. We werden het snel eens: Lé zou de heren-, ik de dameszaak doen.Toen Leo na z’n eerste werkdag thuiskwam, vroeg ik hem hoeveel hij had verkocht. Nul paar, zei hij!’ Leo: ‘Het was wel op een maandag, de derde maandag na de opening, dus het moest nog een beetje landen bij de klanten. Het is allemaal snel goed gekomen. Wij vonden het best eng dat pa ging stoppen. We kenden hem vooral vanuit de zaak, hij was altijd aan het werk. Behalve op zondag, dan was ‘ie van ons. Toen hij de zaak aan Berry had verkocht, vonden we dat als broers niet direct tof. Pa had na de overname al snel een aantal setjes golfclubs in zijn garage staan. Nooit een bal geslagen. Hij wilde niet golfen, maar wij wilden hem wel in de richting van een hobby duwen.’ Berry: ‘Als je zo gepassioneerd bent als onze vader, is loslaten heel moeilijk en pijnlijk, maar pa heeft het gedaan om onze generatie een kans te geven. Natuurlijk hebben we veel contact over het bedrijf. Als ik advies nodig heb of iets van me af wil praten, dan bel ik hem. Ben ik op een beurs, dan bel ik hem ook. Die sprankeling die je dan voelt, is zo tof.’

Van kaartenbak naar computer

Cees: ‘Toen Berry in de zaak kwam, nam ik nog elke dag een kaartenbak mee naar huis met de verkoopbonnen. Op zo’n bon stond bijvoorbeeld: Van Bommel, artikel 1995, zwart, verkocht: maat 8. Mijn complete voorraad zat in die kaartenbak. Daar kon Berry helemaal niets mee. Hij vond dat er een computer moest komen, maar dat kostte geld en wij Brabanders zijn zuinig. Ik zag natuurlijk wel in dat er geen ontkomen aan was.’ Leo: ‘Als Berry dan achter de computer zat, mopperde pa dat dát niet de plek was om geld te verdienen. Dan wees hij naar de werkvloer waar klanten stonden te wachten en zei: daar wel!’

null

Berry: ‘Het was ook wel redelijk revolutionair, met twee winkels zo’n heel computersysteem opzetten. We mogen ook blij zijn dat we zo’n jaar of acht geleden met onze webshop zijn gestart, want internet heeft ons wel gebracht tot waar we nu staan. Eerlijk gezegd geloofde ik daar eerst helemaal niet in. Ik ben echt een winkeldier en vind juist dat persoonlijke contact met klanten zo geweldig. Ik geef de klanten al mijn aandacht en dát is online veel vager. Wie zit er achter dat scherm? Waarom koopt deze persoon juist bij óns? Dat weten we niet en daar heb ik moeite mee. Graag zouden we met onze online klanten in contact komen. Zo ken ik een advocaat in Rotterdam die altijd zijn schoenen bij ons in de winkel kocht. Nu doet hij dat online. Waarom? Omdat hij Van den Assem kent, omdat hij vertrouwt op onze kwaliteit. Hij dúrft daarom online te bestellen bij ons. Dat weet ik toevallig, omdat ik deze man ken. Ik zou zo graag ook de verhalen van al die andere klanten willen horen. En daarom zoek ik naar manieren om met hen in contact te komen.’

null

De vierde generatie

Berry’s oudste zoon Joep heeft ook het schoenen-gen en hielp als kleine jongen al het liefst mee in de winkels. Inmiddels is hij helemaal thuis in de wereld van de verkoop en gaat hij sinds kort ook met zijn vader mee op inkoop. ‘Het gevoel dat mijn vader van jongs af aan al voor de zaak heeft, dat herken ik ook in mezelf. Ik wil later heel graag het familiebedrijf voortzetten. Mijn vader en oom zitten er gelukkig nog wel even. Ik kan nog zo veel van hen leren. Dat doe ik nu al elke dag en ik kijk uit naar wat er allemaal nog komt.’

Na de middelbare school heeft Joep zes maanden stage gelopen in Londen bij de schoenenwinkel Russell & Bromley. ‘Verkopen vind ik heel leuk. Wat ik het belangrijkste vind op de werkvloer, is een klant gelukkig de deur uit te zien gaan. Op een beurs de juiste schoenen eruit pikken, dat is de kunst die ik graag verder wil leren.’ Leo: ‘Joep heeft daar een heel goed gevoel voor. Vooral op het gebied van herenschoenen. Die fijne neus voor trends heeft hij van zijn vader, die is net zo. Joep is natuurlijk nog maar pas begonnen, maar je merkt aan alles dat het er helemaal in zit bij hem!’ 

Recht uit het hart

Berry: ‘Een bankier zei ooit tegen mij: Ber, je moet niet te diep graven om je succes boven water te krijgen. Als ik dan toch moet proberen om ons succes te verklaren, dan heeft dat alles te maken met de enorme passie en liefde voor het vak. Wij ademen leder. Het Van den Assem-gevoel heeft alles te maken met mensen verblijden. Onze medewerkers, het hart van ons bedrijf, snappen dat. Wij kunnen de mooiste schoenen inkopen, maar zonder onze mensen op de werkvloer zijn we kansloos.’

null

Leo: ‘Vergeet ook niet dat schoenen verkopen serieuze fitness is! Zeker met de aandacht en service die wij onze klanten willen bieden: trap op trap af naar de voorraad boven en beneden om de gewenste schoenen te halen. Pa heeft nu nóg de beenspieren van een jonge vent! Zonder gekheid, net als wij, vinden ook onze medewerkers het belangrijk om mensen gelukkig te maken. Het geeft ons veel voldoening als we zien dat onze schoenen mensen blij maken.’

Berry: ‘Als ik Leo gelukkig kan maken, dan ben ik dat ook. Of mijn zoon Joep, mijn vader, wie dan ook. Hoeveel we niet hebben geïnvesteerd in het interieur van onze winkels! Niet om meer schoenen te verkopen, maar om de klanten een bijzondere beleving te geven. Onze winkels hebben een ziel, ons bedrijf heeft een ziel. Alles wat we doen, komt recht uit ons hart. Het is allemaal emotie.’