Skip to content
Fijnproever in schoenen
Katja  - 
Ga terug

De geschiedenis van de schoen 

Schoenmode bestaat al zo’n 1000 jaar. Al is er door de eeuwen wel wat veranderd, natuurlijk. Schoenmode zoals we die vandaag de dag kennen, is niet te vergelijken met de schoenen van 1000 jaar geleden. Maar wat is het leuk om die schoengeschiedenis te lezen. Daarom schetsen we in dit artikel een beeld van de Europese schoenen door de eeuwen heen. Van prehistorie tot nu. In vogelvlucht lees jij hoe de schoen verandert in het exemplaar dat je nu draagt.

Geschiedenis van de schoen / Prehistorie / 15.000 – 12.000 voor Christus

Niemand heeft het graag koud. Dus ook in de prehistorie deden ze er alles aan om zichzelf warm te houden. Dierenhuiden werden maximaal gebruikt. Er werd niet alleen kleding van gemaakt, ook schoenen bestonden uit dierenhuid. De huid van dieren werd schoongemaakt met behulp van vuurstenen. Vervolgens werden deze huiden ingewreven met vet of rode oker. Dat was nodig, want daar werden de ‘schoenen’ lekker soepel van. Om de schoenen aan de voeten te laten blijven zitten, werden de schoenen met een soort riempje aan de voeten gebonden.

Anders dan nu kon je in die tijd niet kiezen wat voor schoenen je droeg. Een lapje met een riempje eromheen was zo ongeveer het enige model. Had je je zinnen op een laars gezet, dan moest je daar wat meer moeite voor doen. Om een laars te maken had je schoon dierenhuid, een doorn en een draad van zenuwen of gedraaide darmen nodig om de laars mee in elkaar te zetten.

Geschiedenis van de schoen / Egypte / 1500 voor Christus

Liep het gewone volk in Egypte tot ongeveer 1500 voor Christus op blote voeten, kwam er na 1500 voor Christus langzaam een omwenteling. Het lopen op blote voeten werd als steeds minder fatsoenlijk gezien. De farao’s en ook de rijkeren droegen al schoenen. Het was in het begin dus vooral een statussymbool. Farao’s droegen schoenen om te laten zien dat ze boven de rest stonden. Farao-schoenen werden gekenmerkt door het materiaal waar ze van werden gemaakt: papyrus. Papyrus is een soort riet dat langs de Nijl groeit. Rijke heren droegen schoenen of sandalen van zacht leer, versierd met goud en juwelen. Vrouwen droegen veelal schoenen in de vorm van een bootje, gemaakt van gevlochten riet. Arme mensen droegen helemaal geen schoenen. Zo zag je aan de schoenen die iemand wel of niet droeg hoe rijk of arm diegene was.

Het leer dat werd gebruikt voor de schoenen en sandalen had verschillende kleuren. Paars, groen of purper voor volwassenen en rood of groen voor kinderen. Degenen die zware arbeid verrichtten droegen stevige leren schoenen. Ze leken nog het meest op pantoffels. Priesters droegen op hun beurt weer een apart soort schoenen. Die mochten niet van leer zijn, omdat de huid van gedode dieren als onrein werd beschouwd. En omdat priesters in direct contact stonden met de goden, mochten zij niets doen of dragen wat de goden boos zou kunnen maken. Daarom bonden de priesters repen papyrus over elkaar heen om hun voeten.

 

Geschiedenis van de schoen / Grieken en Romeinen / 3000 voor Chiristus – 500 na Christus

In dit tijdperk zette de sandaal vaste voet aan de grond. Waarschijnlijk ken je de Griekse sandaal wel nog van eerdere hedendaagse collecties. Een simpele sandaal met een heleboel riempjes. Heel veel verschillen deze niet van de originele exemplaren. In de Klassieke Oudheid waren deze sandalen hét dagelijkse schoeisel. Zelfs de Griekse goden werden afgebeeld met de sandaal. Vrouwen droegen de sandaal vaak met kurk eronder. Dat gaf hen net wat meer lengte. Wanneer je arm was, droeg je geen sandalen.

Toen de Romeinen Griekenland opnamen in het Romeinse Rijk namen ze daarbij ook de sandalentrend over. De sandaal werd zelfs de blikvanger. Het was vaak het duurste onderdeel van het hele voorkomen. Bij de duurdere modellen waren de linker- en rechterschoen verschillend en waren de schoenen voorzien van parels, diamanten en goud. Hun laarzen waren versierd met borduursels en bont. Als je wilde, werd je met je dure schoenen begraven.

Geschiedenis van de schoen / Late Middeleeuwen / 1000 tot 1500 na Christus

Hoewel er over middeleeuwse schoenen niet veel bekend is -leerresten onder de grond verteren- weten we wel dat in de late middeleeuwen de schoenen vaak een lange spitse neus hadden. Deze schoenen werden ook wel 'tootschoenen' of 'snavelschoenen' genoemd. Soms waren de spitse neuzen van deze toot- of snavelschoenen dusdanig lang dat ze op kniehoogte aan het been werden vastgemaakt. De punt werd helemaal opgevuld. Ook was het zo dat hoe langer de punt was, hoe belangrijker de persoon. Er zat wel een nadeel aan die lange punten. Het materiaal waar het van werd gemaakt -zacht leer of fluweel- kon niet veel hebben. Maar daar bedachten middeleeuwse schoenmakers iets op. Onder de puntschoen kwam een houten onderschoen die met een leren riempje om de snavelschoen werd gebonden. Slim!

Leuk om te vertellen is dat er tijdens deze late middeleeuwen allerlei verschillende sluitingen voor schoenen werden gebruikt. De riemen, knoopveters, rijgveters, leren knoppen en gespen deden hun intrede. Daar genieten we vandaag de dag nog steeds van.

Geschiedenis van de schoen / Zestiende eeuw

In de zestiende eeuw behoorde snavelschoen toe aan het verleden. Weg met die lange punten. Daarvoor in de plaats kwamen andere modellen met de niet al te charmante namen: koemuil, hoornschoen en bereklauw. Voor je beeldvorming: de koemuil was een brede lage schoen. Bij de hoornschoen eindigde de brede neus in twee punten en in de bereklauw kon iedere teen in een apart vakje. Wat de drie schoenen met elkaar gemeen hadden, is dat er spleten in werden gemaakt zodat de rijkeren hun gekleurde kousen konden laten zien.

Eind zestiende eeuw gebeurde er nog iets op schoenmodegebied waar we nu nog steeds van profiteren: de hoge hak werd geïntroduceerd. Koning Hendrik III van Frankrijk was hier verantwoordelijk voor. Uiteraard droegen eerst de mensen van adel en de rijken schoenen met hoge hakken. Later, in de zeventiende eeuw, werden schoenen met hoge hakken ook door het gewone volk gedragen.

 

Geschiedenis van de schoen / Zeventiende eeuw

In de zeventiende eeuw gold het motto: hoe meer, hoe beter. Werd eind zestiende eeuw door het Franse hof de hoge hak geïntroduceerd, het hof van Lodewijk XIV (de ‘Zonnekoning’) in Versailles, vlak bij Parijs, deed er een weldadige schep bovenop. Schoenen werden versierd met gespen, rozetten, strikken en juwelen zodat iedereen kon zien hoe rijk en belangrijk iemand was. Sommige schoenen kosten net zoveel als een heel jaar lang eten voor een gezin. En was je van adel? Dan droeg je schoenen met rode hakken en zolen. Zou Christian Louboutin hier zijn inspiratie vandaan hebben gehaald?

De rijkelijk versierde schoenen werden in heel Europa nagemaakt. Ook in Nederland droegen deftige mensen de uitgesproken Franse modeschoenen. Via Franse kooplieden bereikten deze schoenen ook het Nederlandse volk. Omdat op een gegeven moment iedereen met zulk soort schoenen liep, onderscheidden de rijken zich met een overschoen. Die overschoenen waren van fluweel bijvoorbeeld en waren ook voorzien van een hak. De rijken liepen dus op een dubbele hak. Knap!

Naast de hoge hakken, werden er in de zeventiende eeuw ook veel laarzen gedragen. Stoere exemplaren met een brede leren kap en sporen, gemaakt van stevig leer die wel tegen een stootje konden. Maar indertijd hielden ze ook van feesten dus waren er ook speciale feestlaarzen. Dit waren verfijnde laarzen gemaakt van zacht leer. Heren droegen er een soort kous in die met kant was afgezet.     

Geschiedenis van de schoen / Achttiende eeuw

De Fransen bleven lange tijd voorlopers op (schoen)modegebied. Smalle schoentjes van satijn, fluweel, zijde of fijn leer, versierd met gespen van zilver of bezet met diamanten of stras (geslepen glas op folie, een namaak edelsteen) pasten goed bij de uitbundige kleding in die tijd. De rode hak was nog steeds populair, zowel voor mannen als voor vrouwen. De koning zelf had aan een rode hak niet genoeg. Hij liet zijn hakken beschilderen met allerlei voorstellingen door een beroemde kunstenaar.

Maar toen was daar, laat in de achttiende eeuw, de Franse Revolutie. Er kwam een eind aan de Franse monarchie en de Eerste Franse Republiek werd opgericht. Dit had direct zijn weerslag op de mode. Over was het met bont versierde schoenen. Eenvoud en vaderlandsliefde was wat de klok sloeg. Zwarte, sportieve schoenen waren de nieuwe mode in Engeland en dit waaide al snel over naar andere Europese landen.

Geschiedenis van de schoen / Negentiende eeuw

De sobere trend die eind achttiende eeuw werd ingezet, hield nog even aan.

Er werden lage schoenen gedragen van leer of satijn met rechte neuzen en hooguit een klein strikje als versiering. Sinds de adel in diskrediet was gebracht, zag je geen hoge hakken meer. En zeker geen rode. Bottines, enkellaarsjes met een vetersluiting opzij, waren populair onder zowel vrouwen als mannen. Laarzen werden goedkoper -en dus voor iedereen betaalbaar- nadat rond 1850 de naaimachine in gebruik werd genomen. Ook de veter werd steeds populairder.

Het is niet alleen maar soberheid die we in de negentiende eeuw zien. Eind negentiende eeuw deed de sportschoen zijn intrede. Fietsen, bergbeklimmen, roeien, paardrijden, tennissen, het kon allemaal als je geld en tijd had. Nu moet je je bij deze eerste sportschoenen geen sneakers voorstellen zoals jij die nu kent. Sportschoen van een paar eeuwen geleden zagen er een tikje anders uit. Ze leken nog het meest op klassieke herenschoenen, zoals die vandaag de dag door heren worden gedragen.

Geschiedenis van de schoen / Twintigste eeuw

De twintigste eeuw valt op dankzij haar diversiteit qua schoenmode. Hoge hakken, plateauzolen (denk aan de Flowerpower-tijd) of juist platte schoenen. Ook duurden modetrends korter, zoals we die nu eigenlijk ook kennen. Schoenen werden gemaakt van allerlei verschillende materialen en in de meest uiteenlopende kleuren. Aan het begin van de twintigste eeuw werden veel slobkousen gedragen. Dames kozen voor een platte pump als ze gingen wandelen, pumps met hoge hakken als ze uitgingen en lage veterschoenen als ze gingen sporten.

De Tweede Wereldoorlog is een verhaal op zich. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er gebrek aan leer en was mode een van de laatste dingen waar men zich mee bezighield. Schoenen werden van hout, touw, riet, kurk of zelfs papier gemaakt. Nadat de oorlog voorbij was, was er weer voldoende leer voorhanden. Er modieus uitzien werd weer belangrijk en er werd goed gekeken naar modehoofdstad Parijs. Schoenen met een bandje werden populair en ook de pump met stilettohak kon op veel aanhangers rekenen. Daarnaast werden er veel ballerina’s ‘flatjes’ gedragen tijdens dansavonden.

De jaren '60, '70 en '80 stonden bol van teensandalen, klompschoenen, sleehakken, plateauzolen, cowboylaarzen en sportschoenen die niet alleen om in te sporten waren, maar die ook naar het werk of op school werden gedragen. Het modebeeld in vooral de jaren '80 werd beïnvloed door buitenlandse ontwerpers.

Schoenmode anno nu

Kijk eens naar je voeten. Wat draag jij vandaag? Vast iets anders dan gisteren en morgen loop je op weer een ander paar. Waarom? Omdat het kan. We leven in een tijd waarin de mode twee keer per jaar wisselt (en soms wel vaker dan dat). Intussen is er zoveel variatie dat iedereen zijn eigen stijl kan ontdekken en ontwikkelen. Heb je zin in sneakers? Dan kies je voor een sneaker. ’s Avonds een feestje gepland? Dan worden het enkellaarsjes met een mooie hak. Een avond met de jongens? Stoere laarzen onder een goede jeans. En zo kunnen we nog vele voorbeelden geven. Wat boffen we toch met deze tijd.